Voor wie is Christus gestorven (7)?
1 Johannes
De evangelist en apostel Johannes zegt in zijn eerste brief dat God licht is en dat Christus licht is. Hij laat zien dat degenen die tot het Licht, tot Christus komen, dat L(licht) op die manier op hun boze werken laten schijnen. Ze erkennen zo dat hun werken boos zijn en dat het bloed van dat Licht reinigt van al die boze werken en ze zijn bereid om in Zijn kracht afstand van die boze werken te doen en dus gemeenschap met elkaar te hebben en elkaar lief te hebben (en niemand te verbieden om op de sabbat te genezen). En zo hebben ze ook gemeenschap met het Licht Zelf.
Maar zij die zeggen dat ze geen boze werken hebben, komen tot het Licht niet en maken Hem tot een leugenaar:
En dit is de boodschap die wij van Hem (God de Zoon) gehoord hebben en aan u verkondigen, dat God licht is en dat in Hem in het geheel geen duisternis is. Als wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben en wij toch in de duisternis wandelen, liegen wij en doen de waarheid niet. Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde. (Want) Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons. Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. Als wij zeggen dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot leugenaar en is Zijn woord niet in ons (1 Johannes 1:5-10).
Daarna zegt hij:
Mijn kinderen, ik schrijf u deze dingen, opdat u niet zondigt. En als iemand gezondigd heeft: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige. En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden van de hele wereld (1 Johannes 2:1 en 2).
Ik heb in aflevering 4 uitgelegd dat Johannes het woord wereld gebruikt in de betekenis van alle mensen (hoewel dat ook voor zichzelf spreekt, ook in deze tekst).
Johannes zegt dus: kinderen, gelovigen, jullie, die door God via de wedergeboorte tot Zijn kind zijn gemaakt, Christus heeft niet alleen jullie met God verzoend door aan het kruis voor jullie zonden te sterven, Hij heeft iedereen met God verzoend door aan het kruis voor de zonden van iedereen te sterven.
Conclusie: Uit deze tekst dat Christus voor alle mensen is gestorven.
Romeinen
In Romeinen 1 en 2 en de eerste helft van Romeinen 3 beweert Paulus dat elke Jood en elke heiden, dus iedereen, zondaar is:
Wat dan wel? Zijn wij voortreffelijker? Beslist niet! Wij hebben immers zojuist én Joden én Grieken (heidenen) beschuldigd dat zij allen onder de zonde zijn (Romeinen 3:9).
Dus, zo vervolgt hij, is niemand rechtvaardig, geen enkele Jood en geen enkele heiden:
(..) Er is niemand rechtvaardig, ook niet één (geen enkele Jood en geen enkele heiden), er is niemand die verstandig is (geen enkele Jood en geen enkele heiden), er is niemand die God zoekt (geen enkele Jood en geen en geen enkele heiden). Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden (alle Joden en alle heidenen samen zijn afgedwaald en nutteloos geworden). Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één (geen enkele Jood en geen enkele heiden). Hun keel is een open graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen. Hun mond is vol vervloeking en bitterheid, hun voeten zijn snel om bloed te vergieten. Vernieling en ellende is op hun wegen, en de weg van de vrede hebben zij niet gekend. De vreze Gods staat hun niet voor ogen. Wij weten nu dat alles wat de wet zegt, zij dat spreekt tot hen die onder de wet zijn (namelijk de Joden), opdat elke mond gestopt wordt (de mond van elke Jood en elke heiden) en de hele wereld (elke Jood en elke heiden) doemwaardig wordt voor God (Romeinen 3:10-19).
(Even terzijde, ook Paulus gebruikt het woord wereld dus in de betekenis van alle mensen).
Paulus zegt dat iedereen heeft gezondigd, dus dat niemand rechtvaardig is en dat niemand wordt gerechtvaardigd uit zijn eigen werken (of: uit de werken van de wet):
Daarom zal uit werken van de wet geen vlees (geen enkele Jood en geen enkele heiden) voor Hem gerechtvaardigd worden. Door de wet is immers kennis van zonde (Romeinen 3:20).
Paulus beweert echter niet alleen dat iedereen zondaar is en dat geen enkele Jood en geen enkele heiden wordt gerechtvaardigd uit zijn eigen werken (of: uit de werken van de wet), maar hij beweert ook dat iedereen, elke Jood en elke heiden, wordt gerechtvaardigd DOOR het geloof van Christus (Let op! Niet door het werk van Christus, maar door het geloof van Christus, waarmee Hij geloofde dat Hij aan het kruis moest gaan en dat ook deed; het geloof van Christus, waaruit zijn werk, aan het kruis gaan, voortvloeide):
Maar nu is zonder de wet gerechtigheid van God geopenbaard, waarvan door de Wet en de Profeten is getuigd: namelijk gerechtigheid van God DOOR het geloof van Jezus Christus, (die komt) tot (in) allen en over allen die geloven (gerechtigheid van God die komt tot in elke Jood en elke heiden die gelooft), want er is geen onderscheid (meer tussen Jood en heiden). Want allen hebben gezondigd (elke Jood en elke heiden heeft gezondigd) en (allen) missen de heerlijkheid van God (elke Jood en elke heiden), en (allen) worden om niet gerechtvaardigd DOOR Zijn genade (elke Jood en elke heiden), DOOR de verlossing in Christus Jezus (Romeinen 3:21-24).
Dus iedereen is zondaar en iedereen wordt gerechtvaardigd DOOR het geloof van Christus.
Hoewel alleen degenen die dit aanvaarden en dat geloof van Christus (dus de rechtvaardigheid van Christus) laten binnenkomen door in Hem te geloven, worden gerechtvaardigd UIT het geloof van Christus. Waarom? Omdat ze door Zijn geloof gaan leven. Hun geloof(sdaden) en hun gerechtigheid vloeien voort UIT Zijn geloof dus UIT Zijn gerechtigheid:
Hij deed dit om Zijn rechtvaardigheid te bewijzen nu in deze tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is én rechtvaardigt degene die UIT het geloof van Jezus is (Romeinen 3:26).
Tussenconclusie: Alle mensen worden gerechtvaardigd DOOR het geloof van Christus, hoewel alleen degenen die dit geloven en met Zijn geloof gaan geloven worden gerechtvaardigd UIT het geloof van Christus (omdat ze gaan leven uit Zijn geloof; Christus leeft in hen en ze leven door het geloof van Hem; en zo worden ze gerechtvaardigd UIT Zijn geloofsdaden en zal God hen straks vergelden naar die daden, dus naar hun werken, want wij moeten allen geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus om te ontvangen wat we hebben gedaan, hetzij goed, hetzij kwaad, 2 Kor. 5:10).
Met andere woorden: Christus is voor de zonden van alle mensen gestorven en heeft zo iedereen gerechtvaardigd DOOR Zijn geloof! (Maar alleen degenen die dit geloven, eigenen zich die rechtvaardigheid toe, gaan leven uit dat geloof en worden gerechtvaardigd UIT Zijn geloof).
In Romeinen 4 laat Paulus zien dat de rechtvaardiging uit het geloof geen nieuwe leer is, maar dat Abraham, de stamvader van de Israëlieten, ook al uit het geloof werd gerechtvaardigd:
Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem tot gerechtigheid gerekend (Romeinen 4:3).
In de tweede helft van Romeinen 5 vat hij al het voorgaande samen en zegt hij, dat door de onrechtvaardige daad van één mens, Adam, die at van de verboden vrucht, veroordeling en dood zijn gekomen over alle mensen en dat door de rechtvaardige (geloofs)daad van één mens, Christus, namelijk Zijn dood aan het kruis en Zijn opstanding, rechtvaardiging en leven over alle mensen is gekomen.
Daarom, zoals door één mens (Adam) de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen (over elke Jood en elke heiden) is gekomen, (..). (..) DUS zoals door één overtreding (de overtreding van Adam, die at van de verboden boom) de veroordeling gekomen is over alle mensen (over elke Jood en elke heiden) tot verdoemenis, zo komt ook door één rechtvaardigheid (het geloof van Christus, waardoor Hij aan het kruis ging en daarna weer opstond) de genade over alle mensen (elke Jood en elke heiden) tot rechtvaardiging van het leven (Romeinen 5:12 en 18).
En ook in deze samenvatting zegt Paulus dat alleen degenen die die genade van rechtvaardiging en leven door het geloof ontvangen, zullen regeren over de zonde, dus door het geloof van Christus zullen leven en op die manier uit het geloof van Christus gerechtvaardigd zullen worden:
Want als door de overtreding van de ene de dood geregeerd heeft door de ene, veel meer zullen zij die de overvloed van de genade en van de gave van de gerechtigheid (door het geloof) ontvangen, in het leven regeren door de Ene, namelijk Jezus Christus (Romeinen 5:17).
EINDCONCLUSIE: Paulus leert in de brief aan de Romeinen dus, dat Christus voor iedereen is gestorven! (En alleen die dat geloven, worden gerechtvaardigd UIT Zijn geloof).
2 Korinthe
Want de liefde van Christus dringt ons, die tot dit oordeel gekomen zijn: als Eén (Christus) voor allen gestorven is, dan zijn zij allen gestorven. (..) En dit alles is uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening van de verzoening gegeven heeft. God was het namelijk Die in Christus de wereld met Zichzelf verzoende, en aan hen hun overtredingen niet toerekende; en Hij heeft het woord van de verzoening in ons gelegd (2 Korinthe 5:14, 18 en 19).
Paulus zegt dat Christus voor allen is gestorven. Wie zijn die allen? Dat kun je opmaken uit de context. Hij zegt namelijk een aantal verzen verder, dat God in Christus (aan het kruis) de wereld met Zichzelf verzoende. Allen is dus hetzelfde als de wereld en de wereld is hetzelfde als alle mensen.
Conclusie: Paulus zegt in de tweede brief aan de Korintiërs ook dat Christus stierf voor alle mensen.
Efeze
Wees dan navolgers van God, als geliefde kinderen, en wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven (in de dood) als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God (Efeze 5:1 en 2).
En
Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven (in de dood) (Efeze 5:25).
Paulus spreekt hier tot Gods geliefde kinderen, dat zijn de gelovigen, die Hij opnieuw geboren heeft doen worden. Zij vormen de gemeente van Christus. Hij zegt dat Christus voor hen is gestorven.
Zegt hij daarmee dat Christus alleen voor de gelovigen is gestorven en niet voor anderen?
Nee
Als ik zeg dat ik van mijn vrouw hou, zeg ik daarmee niet dat ik alleen van mijn vrouw hou en niet van mijn kinderen. Ik hou ook van mijn kinderen.
Conclusie: Hoewel Paulus hier zegt dat Christus voor de gelovigen is gestorven, zegt hij daarmee niet dat Hij niet voor de ongelovigen is gestorven.
Noot: Als de Bijbel zou leren dat Christus alleen is gestorven voor degenen die in Hem geloven, zou dat betekenen dat iemand pas kan geloven dat Christus voor hem is gestorven als hij gelooft dat Christus voor hem is gestorven. Niet alleen leert de Bijbel dat dus niet, het is ook volkomen onmogelijk.