Gods liefde (7)
En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade. Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen.
Johannes 1:16 en 17
Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.
Mattheüs 5:17
God is liefde. Dat is Hij nu en dat is Hij altijd geweest. Dat was Hij ook tijdens de periode van het Oude Testament, hoewel dat niet altijd zo lijkt en niet altijd goed wordt begrepen.
Aan de hand van bovenstaande teksten wil ik graag uitleggen dat God ook in het Oude Testament een God van liefde was en waarom Hij handelde zoals Hij deed. Ik heb daarvoor meerdere afleveringen nodig. Vorige week en de week ervoor ben ik tot de volgende tussenconclusies gekomen:
1. Door Adam, de eerste mens, kwam de zonde in de wereld en door de zonde de dood; en die dood is doorgegaan tot alle mensen. Die dood is de lichamelijke dood, namelijk de zondige neiging van het lichaam, die heerst over de geest. Het is de zonde, die in de leden van het lichaam woont en de baas is over de geest, over datgene wat contact maakt met God. Deze zondige neiging leidt tot zonde met de daad, een daad die allerlei ellende zoals ziekte, lijden en tegenslag tot gevolg heeft en die uiteindelijk leidt tot de ultieme vorm van dood, de scheiding van ziel en lichaam.
2. De dood was Gods bedoeling echter niet. Zijn bedoeling was leven, want:
a. Hij vormde het lichaam van de eerste mens en gaf er vervolgens leven aan.
b. Hij gaf hem het vermogen om dat leven in stand te houden, want:
- Hij gaf de mens verstand, zodat Hij in Hem kan geloven en Hem kan gehoorzamen en zo leven kan putten uit Hem, de Bron van het leven.
- Hij gaf de mens voedsel.
c. Hij gaf de mens de opdracht om te leven en vruchtbaar te zijn.
Dat leven zou er ook komen, ondanks de dood, want Gods plannen falen nooit. Maar hoe?
Eerst een andere vraag: Hoe kwam de dood?
Zoals ik in de eerste aflevering al heb gezegd, had God de mens een gebod gegeven:
En de HEERE God gebood de mens: Van alle bomen van de hof mag u vrij eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten (..).
Genesis 2:16 en 17a
Ook had Hij gezegd dat de mens zou sterven, als hij dat gebod zou overtreden:
(..) want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven.
Genesis 2:17b
De dood kwam dus door de overtreding van Gods gebod.
God gaf dit gebod aan de eerste mens, aan de man Adam; want pas nadat Hij dit verbod had gegeven, werd de vrouw Eva gemaakt.
Ook zei de HEERE God: Het is niet goed dat de mens alleen is; Ik zal een hulp voor hem maken als iemand tegenover hem.
Genesis 2:18
Eva werd gebouwd uit een rib van Adam:
Toen liet de HEERE God een diepe slaap op Adam vallen, zodat hij in slaap viel; en Hij nam een van zijn ribben en sloot de plaats ervan toe met vlees. En de HEERE God bouwde de rib die Hij uit Adam genomen had, tot een vrouw en Hij bracht haar bij Adam.
Genesis 2:21 en 22
Hier volgt de volgorde van Genesis 2:
a. God vormt het lichaam van de eerste mens, de man, uit het stof van de aarde en geeft hem leven door er Zijn adem in te blazen:
Toen vormde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levend wezen.
Genesis 2:7
b. Daarna geeft Hij hem het hiervoor genoemde gebod:
En de HEERE God gebood de mens: Van alle bomen van de hof mag u vrij eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven.
Genesis 2:16 en 17
c. Daarna bouwt hij de vrouw, Eva, uit de rib van de man Adam:
En de HEERE God bouwde de rib die Hij uit Adam genomen had, tot een vrouw en Hij bracht haar bij Adam.
Genesis 2:22
God neemt het lichaam van Eva, de vrouw, dus niet uit het stof van de aarde, zoals het lichaam van Adam, de man.
God blaast Eva, de vrouw, niet met Zijn adem het leven in, zoals bij Adam.
Nee, de vrouw is volkomen uit de man. Haar lichaam is uit de man en haar leven is uit de man. Haar lichaam en haar leven zijn weliswaar allereerst uit God, maar wel via de man.
Dus de man is uit God en de vrouw is uit de man.
Dit is bijvoorbeeld terug te vinden in een tekst als1 Korinthe 11:7 en 8:
Een man moet het hoofd namelijk niet bedekken, omdat hij het beeld en de heerlijkheid van God is. De vrouw is echter de heerlijkheid van de man. De man immers is niet uit de vrouw, maar de vrouw uit de man.
De hele mensheid is dus vrucht van de man. De eerste mens was een man en de eerste vrouw werd gebouwd uit een van zijn ribben en zo van hem gescheiden; vervolgens krijgt de man de opdracht om weer één vlees met haar te worden en zo vruchtbaar te zijn:
Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn.
Genesis 2:24
Nogmaals, de hele mensheid ligt opgesloten in de man.
Ik wil dit ook nog graag laten zien vanuit een iets andere invalshoek.
Het Hebreeuwse woord adam betekent (de) mens en (de) mensheid (dus: alle mensen), zie Brown – Driver – Briggs Lexicon. Het woord heeft beide betekenissen, omdat de hele mensheid voortvloeide uit en lag opgesloten in één mens, in de mens.
Dit wordt duidelijk vanuit Genesis 1:26-28:
En God zei: Laten Wij mensen (Hebreeuws – adam (mannelijk, enkelvoud) = de mens, de mensheid of alle mensen) maken (dus: laten Wij de mens, de mensheid of alle mensen maken) naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen (3e persoon meervoud) over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht, over het vee, over heel de aarde en over al de kruipende dieren die over de aarde kruipen! En God schiep de mens (mannelijk, enkelvoud) = de mens, de mensheid of alle mensen) naar Zijn beeld (dus: En God schiep de mens, de mensheid of alle mensen naar Zijn beeld); naar het beeld van God schiep Hij hem (Hebreeuws – et: kan zowel met hem als met hen worden vertaald); mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen (Hebreeuws – et: kan zowel met hem als met hen worden vertaald). En God zegende hen (Hebreeuws – et: kan zowel met hem als met hen worden vertaald) en God zei tegen hen (in het Hebreeuws staat hier niets): Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!
God zei dus, dat Hij de mens en daarmee de mensheid wilde scheppen en vervolgens deed Hij dat. Hij schiep de mens, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij ze en Hij deed dat door het scheppen van Adam. Daarna haalde Hij Eva uit Adam. Vervolgens gaf Hij Adam en Eva de opdracht om vruchtbaar te worden en het vermogen en het verlangen om vruchtbaar te zijn, door opnieuw één te worden, zodat de hele mensheid uit hen voort zou vloeien:
En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen! (..) Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn.
Genesis 1:28 en 2:24
Conclusie: de hele mensheid is uit de eerste mens, de eerste man. Anders gezegd: de hele mensheid lag opgesloten in de eerste man.
Dus het leven van de hele mensheid lag opgesloten in het leven van de eerste man.
!! Daarom vloeit ook de dood van de hele mensheid voort uit de dood van de eerste man en wordt ze doorgegeven door de eerste man; en zo wordt ze verder doorgegeven via elke daarop volgende man en niet via de vrouw.
Een paar teksten die dit ook uitdrukkelijk zeggen zijn:
Daarom, gelijk door één mens (namelijk Adam, zoals blijkt uit vers 14) de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben (Grieks letterlijk: op grond waarvan allen gezondigd hebben.)
Romeinen 5:12 (NBG51).
Er staat letterlijk: één mens zondigde en bracht de zonde in de wereld. En door zijn zonde kwam de dood, want die zonde gaf hem een lichaam van zonde en dood. Deze hele gebeurtenis zorgde ervoor dat de dood doorging tot alle mensen; want alle mensen erfden dat lichaam van zonde en dood.
Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.
1 Korinthe 15:22