Gods liefde (9)
En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade. Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen.
Johannes 1:16 en 17
Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.
Mattheüs 5:17
God is liefde. Dat is Hij nu en dat is Hij altijd geweest. Dat was Hij ook tijdens de periode van het Oude Testament, hoewel dat niet altijd zo lijkt en niet altijd goed wordt begrepen.
Ik probeer dit aan de hand van bovenstaande teksten te laten zien. Hiervoor heb ik een lange aanloop nodig en ik heb de vorige keer o.m. de betekenis van Romeinen 5:12 uitgelegd:
De eerste mens, Adam, heeft gezondigd en zo een lichaam gekregen dat sterfelijk is (en dat neigt naar de zonde). Via voorplanting heeft Adam dat lichaam doorgegeven aan zijn hele nageslacht, dus aan alle mensen. Het lichaam van alle mensen is daarom ook sterfelijk. In Romeinen 7 noemt Paulus dit het lichaam van deze dood. En op grond van het feit dat alle mensen via Adam een lichaam van dood hebben gekregen, hebben alle mensen gezondigd. Want het is een lichaam dat niet alleen sterfelijk is, maar het neigt ook naar de zonde. Paulus definieert het lichaam van deze dood in Romeinen 7:23 en 24 namelijk als een lichaam, waarin de wet van de zonde werkzaam is: Maar in mijn leden (in de leden van mijn lichaam) zie ik een andere wet, die tegen de wet van mijn verstand strijd voert en mij tot gevangene maakt van de wet van de zonde, die in mijn leden is (die in de leden van mijn lichaam is). Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? Hij noemt dit lichaam dan ook niet alleen het lichaam van deze dood, in Romeinen 7, maar hij noemt het, in Romeinen 6:6, ook het lichaam van de zonde: Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen.
Dus: alle mensen hebben gezondigd op grond van het feit dat ze van Adam een lichaam van dood hebben geërfd, een sterfelijk lichaam dat neigt naar de zonde. Uit het zaad van elke man, elke nakomeling van Adam, dat belandt in de baarmoeder van een vrouw en dat daar samensmelt met een eicel van de vrouw, ontstaat een lichaam van dood dat neigt naar de zonde.
Het omgekeerde is dus niet waar: alle mensen krijgen geen sterfelijk lichaam dat neigt naar de zonde, omdat ze hebben gezondigd. Maar heel veel Bijbelvertalingen vertalen Romeinen 5:12 wel zo: Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is binnengekomen en met de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, aangezien (omdat) allen gezondigd hebben (Willibrordvertaling)
Ik weet niet of deze vertaling taalkundig onmogelijk is. Dat heb ik niet onderzocht. Ze is echter onmogelijk 1. vanwege vers 12 zelf, 2. vanwege een bepaald praktisch bezwaar en 3. vanwege de verzen 13 en 14. Ik zal dit uitleggen en daarmee kom ik dan ook meteen bij de uitleg van de verzen 13 en 14, waar het me in feite om gaat:
Ad 1. Het einde van Romeinen 5:12 kan niet vertaald worden met: omdat allen hebben gezondigd. Vers 12 zelf sluit dit uit. Het vers zegt, dat Adam de zonde in de wereld heeft gebracht en via de zonde ook de dood (het lichaam van de zonde en van de dood) en dat zo (Grieks – houto(s) = op deze manier, zie Thayer ’s Greek Lexicon) de dood over alle mensen is gekomen. Het Griekse woord houto is terecht vertaald met het Nederlandse woordje zo. Het betekent zo, op deze manier. Vers 12 luidt dus: Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is binnengekomen en met de zonde de dood (het lichaam van zonde en dood), en de dood op deze manier over alle mensen is gekomen, aangezien (omdat) allen gezondigd hebben. De tekst geeft nu twee redenen waarom de dood over alle mensen is gekomen, twee redenen die elkaar uitsluiten en die niet tegelijk kunnen bestaan. De dood is of over alle mensen gekomen omdat door Adam de zonde en door zijn zonde de dood (het lichaam van zonde en dood) in de wereld is gekomen, of omdat alle mensen hebben gezondigd. Het kan niet allebei tegelijk waar zijn. Het ene sluit het andere uit.
Ad 2. Het einde van Romeinen 5:12 kan niet vertaald worden met: omdat allen hebben gezondigd, want niet iedereen die sterft heeft gezondigd, bijvoorbeeld een doodgeboren kindje. Dit is een praktisch bezwaar.
Ad 3. Het einde van Romeinen 5:12 kan niet vertaald worden met: omdat allen hebben gezondigd vanwege de verzen 13 en 14:
Want totdat de wet er kwam, was er wel zonde in de wereld. Zonde wordt echter niet toegerekend als er geen wet is. Toch heeft de dood geregeerd van Adam tot Mozes toe, ook over hen die niet gezondigd hadden met eenzelfde overtreding als Adam, die een voorbeeld is van Hem Die komen zou.
Romeinen 5:13 en 14
In deze verzen staat dat de mensen die leefden tussen Adam en Mozes zondigden. Ze hadden echter geen wetten. Dus als ze zondigden overtraden ze geen wetten. Daarom konden hun zonden hun niet worden toegerekend. Ze konden er niet voor worden gestraft. Ze konden niet worden gestraft met de dood net als Adam, nadat hij Gods gebod had overtreden. Ze stierven dus niet, omdat ze hadden gezondigd.
Ik zal de verzen 13 en 14 stukje voor stukje uitleggen:
Want totdat de wet er kwam, was er wel zonde in de wereld. Zonde wordt echter niet toegerekend als er geen wet is.
We hebben in de vorige aflevering al gezien, dat iets pas een overtreding is, een parabasis in het Grieks, als er een expliciet gegeven wet is (zie Thayer ’s Greek Lexicon).
Iets kan wel zonde zijn, maar als je daarmee geen expliciet gegeven wet overtreedt, kan die zonde je niet worden toegerekend. Als je 150 km per uur rijdt op de snelweg, terwijl de wet dat niet verbiedt, kan de rechter je die daad niet toerekenen. Je hebt de wet niet overtreden. Je hebt geen overtreding begaan. Maar je hebt wel gezondigd.
Het woord zonde is een vertaling van het Griekse woord hamartia. Hamartia betekent volgens Thayer ’s Greek Lexicon: een gebrek, waardoor je het doel niet raakt. Het is een gebrek in iemands gesteldheid of een gebrek in iemands daden, dus je kunt het opsplitsen in twee betekenissen. Hamartia, zonde, is: 1. Een inwendige gesteldheid, die ertoe leidt dat je het doel niet raakt en 2. een daad waarmee je het doel niet raakt. Het doel is Gods doel en Gods doel is het welzijn van Zichzelf en van de mens (die gaan altijd samen op) en de verheerlijking van Zijn naam.
Als je 150 km per uur rijdt op de snelweg, kun je je afvragen of je het welzijn van de mens, dus van jezelf en van je naaste, wel op het oog hebt. 150 km per uur is best hard en je brengt met die daad het welzijn van jezelf en van je naaste waarschijnlijk in gevaar. Je doet iets, waarmee je het doel niet raakt. Je mist het doel. Je zondigt.
Maar wanneer is zonde een gesteldheid, die ertoe leidt dat je het doel mist? Als iemands gesteldheid leidt tot een daad waarmee je het doel mist. Als je een lichaam hebt dat neigt naar de zonde, leidt dat tot zondigen. Dus het lichaam van zonde en dood, dat neigt naar de zonde, is een zondige gesteldheid die leidt tot daden waarmee je het doel mist.
Samenvatting. Ik vat nu de verzen 12, 13 en 14 samen:
Adam overtrad Gods uitdrukkelijke gebod. Hij beging daarmee een overtreding en deze overtreding was ook een zonde. De straf op deze overtreding was de dood. Hij kreeg een lichaam van zonde en dood, een sterfelijk lichaam dat neigde naar de zonde.
Dit lichaam gaf hij via zijn zaad door aan alle mensen en daarom zondigen alle mensen ook. De mensen die leefden tussen Adam en Mozes zondigden dus ook. Ze hadden echter geen wetten, dus hun zonden waren geen overtredingen. Daarom konden ze ook niet met de dood worden gestraft, zoals Adam, wiens zonde wel een overtreding van een wet was. Hoe kan het dan dat deze mensen wel stierven? Paulus zegt eigenlijk: deze mensen konden niet worden gestraft met de dood, maar dat gebeurde wel. Hoe kan dat?
….
….