Gods liefde (11)

 

En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade. Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen.

 

Johannes 1:16 en 17

 

Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.

 

Mattheüs 5:17

 

God is liefde. Dat was Hij ook in het Oude Testament, maar dat lijkt niet altijd zo. Het doel van deze serie is om dit te laten zien. In verband daarmee ben ik begonnen met de uitleg van Romeinen 5 vanaf vers 12. De laatste keer heb ik de verzen 15 tot en met 17 behandeld. Ik heb er twee antwoorden van Paulus uit gehaald, antwoorden op de vraag hoe mensen die geen overtreding, geen parabasis, hebben begaan, geen uitdrukkelijk door God gegeven wet hebben overtreden, wel kunnen worden gevonnist/gestraft. Ik heb deze verzen niet stukje voor stukje besproken. Nu wil ik deze verzen wat gedetailleerder bespreken en soms gebruik ik de Naardense vertaling, vanwege het feit dat dit een erg letterlijke vertaling is:

 

Maar het is niet: zoals de overtreding, zo de begenadiging; want hoewel door de overtreding van die ene die velen zijn gestorven, zoveel te meer is de genade van God en de gave in de genade van die ene mens Jezus Christus voor de velen overvloedig geworden.

 

Romeinen 5:15 (Naardense vertaling)

 

Maar het is niet: zoals de overtreding (de zonde), zo de begenadiging.

 

1. Paulus heeft gesproken over het feit dat door één mens, Adam, de zonde in de wereld is gekomen en door de zonde de dood.

 

Want zonde werkt de dood. Dat is een wet(matigheid), Genesis 2:16 en 17 En de HEERE God gebood de mens: Van alle bomen van de hof mag u vrij eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet (dus zondigt), zult u zeker sterven (volgt daarop de dood).

 

Hiermee gaf God een wet(matigheid). Het was een wet(matigheid) voor de mens, buiten de mens.

 

Maar toen Adam zondigde, stelde hij deze wet(matigheid) in werking en werd het een wet(matigheid) binnenin hem. Het werd een wet(matigheid) in zijn lichaam. Paulus zegt in Romeinen 7:23 en 24 Maar in mijn leden (in de leden van mijn lichaam) zie ik een andere wet(matigheid), die tegen de wet van mijn verstand strijd voert en mij tot gevangene maakt van de wet(matigheid) van de zonde, die in mijn leden is (in de leden van mijn lichaam). Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?

 

De (wet)matigheid buiten Adam, die God hem gaf en waardoor hij wist dat hij, als hij zou zondigen, het kwade zou leren kennen en zo de dood teweeg zou brengen, werd een wet(matigheid) binnenin hem.

 

Voordat hij deze wet overtrad, kende hij hem al. Hij kende het kwaad al. Hij wist dat het kwaad was om te eten van de boom van de kennis van goed en kwaad, want God had hem dat verteld.

 

Maar nadat hij deze wet(matigheid) in werking had gesteld en het kwade had begaan met zijn lichaam, leerde hij het kwade ook kennen met dat lichaam. Zijn lichaam leerde het kwade kennen, want hij begin het kwade met zijn lichaam. Hij stak zijn hand uit en at: Genesis 3:6 En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog (..) en zij gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en hij at ervan.

 

Daarom keek hij, nadat hij had gezondigd, naar zijn lichaam, schaamde hij zich voor zijn lichaam, voelde hij zich schuldig over zijn lichaam en bedekte hij zijn lichaam, Genesis 3:7, 10 en 11 Toen werden de ogen van beiden geopend en zij merkten dat zij naakt waren. (..) (En) zij vlochten vijgenbladeren samen en maakten voor zichzelf schorten. En hij zei: Ik hoorde Uw stem in de hof en ik werd bevreesd, want ik ben naakt; daarom verborg ik mij. En Hij zei: Wie heeft u verteld dat u naakt bent? Hebt u van die boom gegeten waarvan Ik u geboden had daar niet van te eten?

 

Zo was het niet geweest, voordat hij Gods gebod overtrad, Genesis 2:25 En zij waren beiden naakt, Adam en zijn vrouw, maar zij schaamden zich niet.

 

DUS:

 

Adam gebruikte, tegen Gods gebod in, de leden van zijn lichaam om te zondigen. Hij deed met zijn lichaam, wat hij er niet mee had mogen doen, Romeinen 6:13 En stel uw leden niet ter beschikking aan de zonde als wapens van ongerechtigheid (..).

 

Zo leerde zijn lichaam het kwade kennen, namelijk de zonde en de dood en kwam dit kwade in zijn lichaam. Zijn lichaam veranderde in een lichaam van zonde en dood, een sterfelijk lichaam dat neigde naar de zonde. Hij ontving het gepaste loon voor zijn dwaling, zijn zonde, in zichzelf, zoals Paulus de gevolgen van zondigen met het lichaam in Romeinen 1:27 noemt: En evenzo hebben ook de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven, en zijn in wellust voor elkaar ontbrand: mannen doen schandelijke dingen met mannen en ontvangen het gepaste loon voor hun dwaling in zichzelf (in hun lichaam).

 

Zodoende ook, begon hij zich te schamen voor zijn lichaam.

 

En zodoende werd hij verjaagd uit de hof van Eden, Genesis 3:22-24 Toen zei de HEERE God: Zie, de mens is geworden als één van Ons, omdat hij goed en kwaad kent. Nu dan, laat hij zijn hand niet uitsteken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij eeuwig zou leven! Daarom zond de HEERE God hem weg uit de hof van Eden, om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was. Hij verdreef de mens, en plaatste ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een vlammend zwaard, dat heen en weer bewoog, om de weg naar de boom des levens te bewaken.

 

2. Paulus heeft ook gesproken over het feit dat Adam dit lichaam van zonde en dood (via voortplanting) heeft doorgegeven aan alle mensen:

 

Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en ZO (!) de dood over alle mensen is gekomen, op grond waarvan allen gezondigd hebben (of: zondigen).

 

Romeinen 5:12

 

3. Paulus zegt dus in vers 15, dat het met de begenadiging niet is zoals met de overtreding, (..) want hoewel door de overtreding van die ene die velen zijn gestorven, zoveel te meer is de genade van God en de gave in de genade van die ene mens jezus Christus voor de velen overvloedig geworden (Romeinen 5:15b, Naardense vertaling).

 

Kort gezegd: door de genadegave van één mens, de mens Jezus Christus, hebben velen (allen) meer teruggekregen dan hen (velen, allen) door de overtreding van één ander mens, Adam, is ontnomen.

 

Ik wil hierop de volgende keer doorgaan (en ik werk nog steeds toe naar het bewijs van het feit dat God ook in het Oude Testament Liefde was en naar de reden waarom Hij toen deed wat Hij deed :)). 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *