Gods liefde (14)

 

En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade. Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen.

 

Johannes 1:16 en 17

 

Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.

 

Mattheüs 5:17

 

We hebben in de vorige aflevering gezien dat God gaf de ene genade na de andere gaf. Hij gaf eerst de wet. Dat was de eerste genade. Het was Gods liefde. Het was genade en liefde, omdat de wet de komst van Christus mogelijk maakte. De mens moest weten hoe zondig hij was om te beseffen dat Hij verlossing nodig had. Bovendien mocht de wetenschap van zijn zondigheid (zijn onontkoombare neiging om te zondigen) geen vrijblijvende wetenschap zijn, die hij naast zich neer kon leggen; elke zonde die hij deed, moest kunnen worden gestraft; de wetenschap van de noodzaak van verlossing moest op die manier echt dringend worden. De mens moest vanuit zijn ellende, veroorzaakt door Gods straffen, om de aan hem beloofde verlossing (Christus) gaan roepen.

 

Maar God gaf de wet niet alleen om de mens te kunnen straffen en zo de komst van Christus mogelijk te maken. God gaf de wet ook om die straffen op Christus te kunnen leggen.

 

Paulus zegt in Galaten 3:19 Waartoe dient dan de wet? Zij is eraan toegevoegd omwille van de overtredingen (..).

 

God gaf de wet om van de zonden van de mens overtredingen te maken en die overtredingen strafbaar te stellen. Want zonden zijn pas overtredingen als ze in Gods wetten zijn opgenomen en kunnen pas worden gestraft als ze in Gods wetten strafbaar zijn gesteld (zie vorige afleveringen).

 

En God gaf de wet om bij diezelfde wet te bepalen dat een Ander de overtredingen en de daarop gestelde straffen van de mens voor hem kon dragen, zodat God met die mens zou worden verzoend en hij die straffen niet zelf zou hoeven te dragen.

 

Een van de onderdelen van de wet die dit bepaalt is een van de ceremoniële wetten in Leviticus 16:15, 16, 21 en 22:

 

Daarna moet hij (Aäron) de bok slachten die als zondoffer voor het volk bestemd is, en zijn bloed binnen het voorhangsel brengen. Hij moet met zijn bloed doen zoals hij met het bloed van de jonge stier gedaan heeft, en dat op het verzoendeksel en vóór het verzoendeksel sprenkelen. Zo moet hij over het heiligdom verzoening doen vanwege de onreinheden van de Israëlieten en vanwege hun overtredingen, overeenkomstig al hun zonden. Zo moet hij ook doen met de tent van ontmoeting, die bij hen staat, te midden van hun onreinheden. (..) (En) Aäron moet (ook) zijn beide handen op de kop van (de andere bok), de levende bok leggen en al de ongerechtigheden van de Israëlieten belijden, al hun overtredingen, overeenkomstig al hun zonden. Hij moet die op de kop van de bok leggen en hem door de hand van een man, die daarvoor gereedstaat, de woestijn in sturen. Zo draagt de bok al hun ongerechtigheden op zich weg naar een onbewoond gebied. Hij moet dan de bok de woestijn in sturen.

 

Dit onderdeel van de wet is een beeld van wat komen zou:

 

Deze priesters (zoals Aaron) doen dienst in een afbeelding en schaduw (..)

 

Hebreeën 8:5

 

Het is een beeld van Christus:

 

De volgende dag zag Johannes Jezus naar zich toe komen en hij zei: Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegdraagt!

 

Johannes 1:29

 

Want als het bloed van stieren en bokken en de as van de jonge koe, op de verontreinigden gesprenkeld, hen heiligt tot reinheid van het vlees, hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God geofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen!

 

Hebreeën 9:13 en 14

 

Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout (..).

 

1 Petrus 2:24

 

Was God dan liefde toen Hij de wet gaf?

 

Ja.

 

Want de wet was nodig:

 

1. om de komst van Christus mogelijk te maken.

 

2. om van zonden overtredingen te kunnen maken, om die overtredingen strafbaar te kunnen stellen en om te kunnen bepalen dat die overtredingen en de daarbij behorende straffen door een ander konden worden gedragen.

 

Is dan de wet in strijd met de beloften van God? Volstrekt niet! (..) Maar de Schrift (de wet) heeft alles onder de zonde opgesloten, opdat (met als doel dat) de belofte aan de gelovigen gegeven zou worden uit het geloof van Jezus Christus.

 

Galaten 3:21 en 22

 

O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen! Want wie heeft de gedachten van de Heere gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst iets gegeven en het zal hem vergolden worden? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.

 

Romeinen 11:33-36

 

….

 

www.duchatel.nl

 

….

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *