Christus, het Licht der wereld
Jezus dan sprak opnieuw tot hen en zei: Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben.
Johannes 8:12
Jezus Christus, Gods Zoon, is het licht van deze wereld; en God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij, Jezus Christus, de wereld veroordelen zou, maar opdat Hij die wereld zou behouden en door Zijn dood het leven zou geven.
Wie Zich aan Hem, het Licht, onderwerpt, zal het licht hebben dat leven geeft.
Maar helaas …. (..) de mensen hebben de duisternis liefgehad, meer dan het licht, want hun werken waren slecht (Joh. 3:19).
Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven ons te reinigen van alle ongerechtigheid (1 Joh. 1:9).
Maar als wij niet willen dat onze boze werken en onze leugens als boze werken en als leugens worden ontmaskerd, komen we tot het Licht niet:
Want ieder die kwaad doet, haat het licht en komt niet tot het licht, opdat zijn werken niet ontmaskerd worden.
Johannes 3:20
Dit is, waar het evangelie en de brieven van Johannes mijns inziens hoofdzakelijk om draaien: de Joden (maar ook heidenen) wilden niet erkennen dat Jezus van Nazareth God is, de Christus, omdat Hij hun boze werken, hun leugens en hun onbarmhartige godsdienst aan het licht bracht.
En daarom zegt de Heere Jezus tegen hen: “Niemand kan tot Mij komen, tenzij Mijn Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekt. Niemand kan tot Mij komen als Hij niet wil erkennen dat ik het Licht van deze wereld ben, God de Zoon, gezonden door God de Vader. Niemand kan tot mij komen als hij zijn schuld, zijn zonden en zijn leugens niet wil erkennen in het licht van Mijn heiligheid.”
Maar Ik heb een getuigenis dat groter is dan dat van Johannes, want de werken die de Vader Mij gegeven heeft om die te volbrengen, juist die werken die Ik doe, getuigen van Mij dat de Vader Mij gezonden heeft. En de Vader, Die Mij gezonden heeft, Die heeft Zelf van Mij getuigd. U hebt Zijn stem nooit gehoord, en ook Zijn gedaante niet gezien. En Zijn woord hebt u niet blijvend in u, omdat u Hem niet gelooft Die Hij gezonden heeft. U onderzoekt de Schriften, want u denkt daardoor eeuwig leven te hebben, en die zijn het die van Mij getuigen. En toch wilt u niet tot Mij komen opdat u leven hebt. Eer van mensen neem Ik niet aan, maar Ik ken u: u bezit zelf de liefde van God niet. Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader, maar u neemt Mij niet aan. Als een ander komt, in zijn eigen naam, die zult u aannemen. Hoe kunt u geloven, u die eer van elkaar aanneemt en de eer van de enige God niet zoekt? Denk niet dat Ik u zal aanklagen bij de Vader; die u aanklaagt, is Mozes, op wie u uw hoop gevestigd hebt. Want als u Mozes geloofde, zou u Mij geloven; want hij heeft over Mij geschreven. Maar als u zijn Schriften niet gelooft, hoe zult u Mijn woorden geloven?
Johannes 5:36-47
Het is erg scherp, maar het is een cruciale waarheid en die geldt voor iedereen.
Doorgrond mij (daarom), o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten. Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg.
Psalm 139:23 en 24
….
….