Beproeving

God kan Zijn kind slechts met succes gebruiken in Zijn Koninkrijk naarmate hij of zij de volgende beproeving, de volgende testen met succes heeft afgelegd:

 

1. heersen over de lusten van Zijn vlees.

2. heersen over hebzucht (willen hebben).

3. heersen over hoogmoed en machtswellust.

 

Om dat te kunnen doen, moet hij weten dat hij een kind van God is (4) en moet hij vervuld Zijn met de Heilige Geest (wat een kind van God altijd is) (5), want Hij kan dit niet in eigen kracht.

En al deze beproevingen, al deze testen, moet hij ondergaan in navolging van zijn Heer(e) en Meester, de Koning in Gods Koninkrijk, want een dienaar, een burger van Gods Koninkrijk, is niet meer dan zijn heer, de Koning (Joh. 13:13-16). En voordat de Koning als Koning begon te dienen, stelde God de Geest Hem op de proef:

En nadat Jezus gedoopt was, kwam Hij meteen op uit het water; en zie, de hemelen werden voor Hem geopend, en Hij zag de Geest van God als een duif neerdalen en op Zich komen (ad 5). En zie, een stem uit de hemelen zei: Dit is Mijn geliefde Zoon (ad 4), in Wie Ik Mijn welbehagen heb! Toen werd Jezus door de Geest weggeleid naar de woestijn om verzocht te worden door de duivel. En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij ten slotte honger (ad 1). En de verzoeker kwam bij Hem en zei: Als U Gods Zoon bent (ad 4), zeg dan dat deze stenen broden worden. Maar Hij antwoordde en zei: Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt (ad 1). Toen nam de duivel Hem mee naar de heilige stad en zette Hem op het hoogste gedeelte van de tempel, en hij zei tegen Hem: Als U de Zoon van God bent (ad 4), werp Uzelf dan naar beneden, want er staat geschreven dat Hij Zijn engelen voor U bevel zal geven, en dat zij U op de handen zullen dragen, opdat U Uw voet niet misschien aan een steen stoot. Jezus zei tegen hem: Er staat eveneens geschreven: U zult de Heere, uw God, niet verzoeken (ad 3). Opnieuw nam de duivel Hem mee, nu naar een zeer hoge berg, en hij liet Hem al de koninkrijken van de wereld zien, met hun heerlijkheid, en zei tegen Hem: Dit alles zal ik U geven, als U knielt en mij aanbidt. Toen zei Jezus tegen hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: De Heere, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen (ad 2). Toen liet de duivel Hem gaan; en zie, engelen kwamen en dienden Hem.

Mattheüs 3:16 – 4:11

 

De apostel Johannes vat dit als volgt samen:

Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is (maar leef als een burger van het Koninkrijk van God). Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem (en is hij geen kind van God en geen burger van Zijn Koninkrijk). Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld.

1 Johannes 2:15 en 16

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *