En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade. Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen.

 

Johannes 1:16 en 17

 

Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.

 

Mattheüs 5:17

 

God is liefde. Dat is Hij nu en dat is Hij altijd geweest. Dat was Hij ook tijdens de periode van het Oude Testament, hoewel dat niet altijd zo lijkt en niet altijd goed wordt begrepen.

 

Aan de hand van bovenstaande teksten wil ik graag uitleggen dat God ook in het Oude Testament een God van liefde was en waarom Hij handelde zoals Hij deed. Ik heb daarvoor wel meerdere afleveringen nodig.

 

 

 

Voor de val gaf God een gebod:

 

En de HEERE God gebood den mens, zeggende: Van alle boom dezes hof zult gij vrijelijk eten; maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.

 

Genesis 2:16 en 17 (SV)

 

Ik gebruik hier bewust de Statenvertaling, omdat zij de Septuaginta volgt (de Griekse, gezaghebbende vertaling van het Hebreeuwse Oude Testament, waaruit in het Nieuwe Testament regelmatig wordt geciteerd), zodat ik duidelijker kan uitleggen wat hier wordt bedoeld. Beiden vertalingen vertalen namelijk: zult gij den dood sterven.

 

Het Griekse woordje dat in het Nederlands is vertaald met het woordje dood is het woordje thanatos. Het woordje thanatos betekent lichamelijke dood.

 

In Thayer ’s Greek Lexicon staat bij het woordje thanatos:

 

In eigenlijke zin: de dood van het lichaam, d.w.z. die scheiding van de ziel van het lichaam, waardoor het leven op aarde wordt beëindigd.

 

Uit deze grondbetekenis van het woord leidt Thayer een aantal betekenissen af:

 

 

Deze laatste betekenis is duidelijk tegengesteld aan de betekenis van het Griekse woordje voor leven dat gebruikt wordt voor het leven dat we krijgen d.m.v. het sterven en de opstanding van Jezus Christus, namelijk het woordje zoe. Dit woordje wordt gebruikt in bijvoorbeeld Johannes 10:10, waar Jezus zegt:

 

De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en verloren te laten gaan; Ik (Jezus) ben gekomen, opdat zij leven (Grieks – zoe) hebben en overvloed hebben.

 

Zoe betekent dus leven en Thayer noemt de volgende afgeleide of omschrijvende betekenissen:

 

 

Kortom: Als God in Genesis 2 zegt, dat Adam de dood zal sterven als hij eet van de boom van kennis van goed en kwaad, bedoelt Hij dat hij de lichamelijke dood zal sterven. De lichamelijke dood bestaat uit alle ellende die de mens ondergaat, zoals ziekte, psychisch lijden, tegenslag, enz. die uiteindelijk leidt tot de scheiding van de ziel (of de geest) van het lichaam. Deze ellende zal uiteindelijk vervolmaakt worden in de hel. Deze dood is de tegenstelling van het leven, de zoe, het gezegende leven dat we vinden in Christus.

 

Deze dood ontstaat door de zonde. Zij is ontstaan door de zonde van Adam:

 

Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben.

 

Romeinen 5:12

 

Zonde is scheiding van God. Het is scheiding van God door niet te geloven wat Hij zegt en dus niet te handelen in overeenstemming met wat Hij zegt:

 

Maar uw ongerechtigheden maken scheiding tussen u en uw God, uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij u niet hoort.

Jesaja 59:2

 

En omdat wij via onze geest contact maken met God, Die Geest is, is scheiding van God scheiding van onze geest van God; het is een gebrek aan contact van onze geest met God. Daarom wordt wel gezegd dat Adams zonde de geestelijke dood teweegbracht.

 

Zoals we zojuist hebben gezien, bracht Adams zonde de lichamelijke dood teweeg, namelijk alle ellende die uiteindelijk leidt tot de scheiding van de ziel van het lichaam, een scheiding die zijn toppunt uiteindelijk zal bereiken in de hel.

 

Maar het idee dat met de term geestelijke dood tot uitdrukking wordt gebracht, namelijk scheiding van God, is wel correct. Want de Bijbel bedoelt met de lichamelijke dood niet alleen alle ellende die uiteindelijk leidt tot scheiding van ziel en lichaam. De Bijbel bedoelt met de lichamelijke dood nog iets anders. De Bijbel bedoelt met de lichamelijke dood ook, dat het lichaam een lichaam van dood is, omdat het tot zonde neigt en daarom zondigt en zo de dood teweegbrengt. Het lichaam neigt naar de zonde en deze neiging heeft de overhand over de geest, het deel dat contact maakt met God. Je zou kunnen zeggen (en dat is een Bijbelse manier van spreken): de wil van het vlees overheerst de wil van de geest. Paulus beschrijft dit verschijnsel in Romeinen 7. Hij zegt daar dat hij niet geestelijk is, maar vleselijk:

 

Want wij weten dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde. Wat ik namelijk teweegbreng, doorzie ik niet, want niet wat ik wil, dat doe ik, maar wat ik haat, dat doe ik. En als ik dat doe wat ik niet wil, val ik de wet bij dat zij goed is. Nu ben ik het echter niet meer die dit teweegbrengt, maar de zonde die in mij woont. Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, niets goeds woont. Immers, het willen is er bij mij wel, maar het goede teweegbrengen, dat vind ik niet. Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. Als ik nu dat doe wat ik niet wil, breng ík dat niet meer teweeg, maar de zonde die in mij woont. Ik ontdek dus deze wet in mij: dat, als ik het goede wil doen, het kwade dicht bij mij ligt. Want naar de innerlijke mens (mijn geest, mijn verstand) verheug ik mij in de wet van God. Maar in mijn leden (de leden van mijn lichaam) zie ik een andere wet, die tegen de wet van mijn verstand (tegen de wet van mijn geest) strijd voert en mij tot gevangene maakt van de wet van de zonde, die in mijn leden (de leden van mijn lichaam) is. Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? (..) Zo dien ik dan zelf wel met het verstand de wet van God, maar met het vlees de wet van de zonde.

 

Romeinen 7:14-24 en 26

 

Het is hierbij erg belangrijk te bedenken dat Paulus niet schrijft over zichzelf, maar over een gelovige onder het Oude Verbond, voordat Christus was gestorven en weer opgestaan. Romeinen 8 gaat pas over de situatie van een gelovige onder het Nieuwe Verbond. Paulus spreekt in het voorgaande citaat namelijk over iemand die onder de (veroordelende kracht van) de wet was. Hij zegt in vers 14: Want wij weten dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde, en vervolgens beschrijft hij de strijd van iemand die de wet wil volbrengen. Hij wil met de wil van zijn geest, zijn verstand de wet volbrengen, maar kan niet tegen de wil van zijn vlees, de zonde die in zijn lichaam woont op. Hij wordt dwars gezeten zijn lichaam des doods.

 

Maar ….

 

 

Samenvattend:

 

Door Adam kwam de zonde in de wereld en door de zonde de dood; en die dood is doorgegaan tot alle mensen, zegt Romeinen 5:12. Die dood was de lichamelijke dood, d.w.z. het was de zondige neiging van het lichaam, die heerste over de geest. Het was de zonde, die in de leden van het lichaam woonde en die de baas was over de geest, over datgene wat contact maakt met God. En deze zondige neiging van het lichaam leidt tot zondigen, waardoor de letterlijke lichamelijke dood wordt veroorzaakt, namelijk alle ellende, ziekte, lijden en tegenslag die uiteindelijk leidt tot de ultieme vorm van dood, de scheiding van ziel en lichaam en tenslotte de hel.

 

Ik wil de volgende keer verdergaan en zo langzaam toewerken naar de uitleg van de twee teksten, waarmee ik ben begonnen.

 

….

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *