En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade. Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen.
Johannes 1:16 en 17
Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.
Mattheüs 5:17
God is liefde. Dat is Hij nu en dat is Hij altijd geweest. Dat was Hij ook tijdens de periode van het Oude Testament, hoewel dat niet altijd zo lijkt en niet altijd goed wordt begrepen.
Aan de hand van bovenstaande teksten wil ik graag uitleggen dat God ook in het Oude Testament een God van liefde was en waarom Hij handelde zoals Hij deed. Ik heb daarvoor meerdere afleveringen nodig. Vorige week ben ik ermee begonnen en ben ik tot de volgende tussenconclusie gekomen:
Door Adam, de eerste mens, kwam de zonde in de wereld en door de zonde de dood; en die dood is doorgegaan tot alle mensen. Die dood was de lichamelijke dood, d.w.z. het was de zondige neiging van het lichaam, die heerste over de geest. Het was de zonde, die in de leden van het lichaam woonde en die de baas was over de geest, over datgene wat contact maakt met God. En deze zondige neiging van het lichaam leidt tot zonde met de daad, waardoor de letterlijke lichamelijke dood wordt veroorzaakt, namelijk alle ellende, ziekte, lijden en tegenslag die uiteindelijk leidt tot de ultieme vorm van dood, de scheiding van ziel en lichaam en tenslotte de hel.
De dood was Gods bedoeling echter niet. Zijn bedoeling was leven, want
- Hij vormde het lichaam van de eerste mens en gaf er vervolgens leven aan. Dit was Zijn eigen leven. Hij blies namelijk Zijn eigen adem (Zijn eigen zuurstof) in de mens:
Toen vormde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem (neshama hay = adem die leven geeft) in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levend wezen.
Genesis 2:7
Deze adem, die de mens leven gaf, is dus een stukje van God Zelf, de Bron van het leven.
- Hij gaf de mens het vermogen om dat leven in stand te houden. Hij gaf hem namelijk het vermogen om voortdurend leven uit die Bron te putten. De levensadem, die de mens leven gaf, is namelijk de geest van de mens; en de geest van de mens is datgene wat de mens verstand geeft, zodat hij kan begrijpen dat God de Bron van het leven is, zodat hij kan begrijpen wat God zegt en zodat hij dus kan begrijpen dat hij zijn leven in stand houdt door te doen wat God, de Bron van het leven, zegt:
(Gods adem, de levensadem van de mens, is de geest van de mens)
Zolang mijn adem (neshama) nog ten volle in mij is en de Geest Gods (de geest die van God komt; niet: de Heilige Geest) in mijn neusgaten.
Job 27:3 (NBG51).
(De levensadem, de geest van de mens, geeft hem verstand)
Voorwaar, het is de geest (ruah = geest) in de stervelingen en de adem (neshama) des Almachtigen, die hun inzicht (verstand) geeft.
Job 32:8 (NBG 51)
- God gaf de mens niet alleen verstand om God te begrijpen en zo zijn leven in stand te houden. God gaf de mens ook voedsel om dat leven in stand te houden:
En God zei: Zie Ik geef u al het zaaddragende gewas dat op heel de aarde is, en alle bomen waaraan zaaddragende boomvruchten zijn; dat zal u tot voedsel dienen.
Genesis 1:29
- God gaf de mens de opdracht om te leven; want Hij zegende hem en zei: “Wees vruchtbaar en onderwerp (zo) de aarde;” dus: leef en breng leven voort en heers over alles wat ik heb geschapen:
En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!
Genesis 1:28
Samenvattend:
Gods bedoeling was het leven van de mens. Hij gaf hem het leven, zodat hij levend werd, Hij gaf hem alles wat nodig was om te blijven leven en Hij gaf hem de opdracht om te leven en leven voort te brengen.
De mens bracht echter zijn eigen dood voort.
Maar ….
God breekt nooit Zijn woord en Zijn plannen falen niet. Zijn raad bestaat tot in eeuwigheid:
God is geen man, dat Hij liegen zou, of een mensenkind, dat Hij ergens berouw over hebben zou. Zou Híj iets zeggen en het dan niet doen?
Numeri 23:19
Maar de raad van de HEERE bestaat voor eeuwig, de gedachten van Zijn hart bestaan van generatie op generatie. Zou Híj spreken en het niet gestand doen?
Psalm 33:11
Denk aan de dingen van vroeger, van oude tijden af, dat Ik God ben en niemand anders. Ik ben God, en er is er geen als Ik, Die vanaf het begin verkondigt wat het einde zal zijn, van oudsher de dingen die nog niet plaatsgevonden hebben; Die zegt: Mijn raadsbesluit houdt stand en Ik zal al Mijn welbehagen doen.
Jesaja 46:9 en 10
God wilde het leven voor de mens en dus zou dat leven er ook komen.
God had echter ook gezegd dat de mens zou sterven als hij zou eten van de boom van kennis van goed en kwaad. Dus zou die dood er ook komen, als de mens ervan zou eten. En de mens heeft gegeten. Dus is die dood er gekomen en die dood moet er voor elk mens ten volle zijn.
Hoe moest dit worden opgelost?
Het leven is er gekomen door de dood heen (maar daarover wil ik volgende keer verder gaan).
O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen! Want wie heeft de gedachten van de Heere gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst iets gegeven en het zal hem vergolden worden? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.
Romeinen 11:33-36
Ik kan het eigenlijk niet laten en zeg toch weer een keer ….
Amen