Christus is voor alle mensen gestorven.

 

Ik wil verdergaan met bewijs uit het Nieuwe Testament.

 

 

 

Johannes

 

1.De volgende dag zag Johannes Jezus naar zich toe komen en hij zei: Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt (Johannes 1:29)!

 

Het woord wereld wordt in dit hoofdstuk, Johannes 1, verschillende keren gebruikt. Het is een vertaling van het Griekse woord kosmos.

 

Dat Griekse woord kosmos heeft verschillende betekenissen, zoals: universum, wereld, aarde, alle dingen (al het geschapene), alle mensen, alle heidenen, enz.

 

Het woord wereld heeft in Johannes 1 een aantal van deze verschillende betekenissen. Je kunt uit de context (de omringende tekst) of uit de manier waarop het woord wordt gebruikt afleiden welke betekenis, bijvoorbeeld:

 

In het begin was het Woord (God de Zoon) en het Woord (God de Zoon) was bij God en het Woord (God de Zoon) was God (de Zoon). Dit was in het begin bij God. Alle dingen zijn door het Woord (God de Zoon) gemaakt, en zonder dit Woord (God de Zoon) is geen ding gemaakt dat gemaakt is. (..) Dit (Woord, God de Zoon) was het waarachtige licht, dat in de wereld (op aarde) komt en ieder mens verlicht. Hij was in de wereld (op aarde, namelijk in het land Palestina) en de wereld (alle dingen, al het geschapene) is door Hem ontstaan en de wereld (alle mensen) heeft (hebben) Hem niet gekend (Johannes 1:1-3, 9 en 10).

 

De eerste keer dat het woord wereld wordt gebruikt, betekent het aarde. Dit blijkt uit de manier waarop het woord wordt gebruikt. Er staat dat het Woord, God de Zoon, het Licht, in de wereld komt. De enige specifieke betekenis die het woord wereld dan kan hebben is aarde.

 

Voor de tweede keer dat het woord wereld wordt gebruikt, geldt min of meer hetzelfde. Het Licht was in de wereld, dus op aarde.

 

De derde keer dat het woord wereld wordt gebruikt, betekent het alles, alle dingen, al het geschapene. Uit de context, de eerste verzen van Johannes 1, blijkt dat God de Zoon, het Woord, alles heeft geschapen en dat wordt hier, in iets andere woorden, herhaald: de wereld, dus alles, is door Hem ontstaan.

 

De vierde en laatste keer dat het woord wereld hier gebruikt wordt, betekent het alle mensen, want:

 

– er staat dat de wereld Hem niet heeft gekend en alleen mensen kunnen kennen.

– het woord wereld wordt hier in één adem gebruikt met het woord wereld in de betekenis van alles, alle dingen, al het geschapene. Dus gaat het niet maar gewoon over mensen, maar over alle mensen.

 

Dit is de context van Johannes 1:29, onze tekst:

 

De volgende dag zag Johannes Jezus naar zich toe komen en hij zei: Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt (Johannes 1:29)!

 

Vanwege deze context en vanwege de manier waarop het woord wereld hier wordt gebruikt (alleen mensen zondigen) betekent het: alle mensen.

 

Conclusie: Johannes zegt in Johannes 1:29 dat Christus de zonden van alle mensen heeft weggenomen, dus dat Hij voor alle mensen is gestorven.

 

  1. Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon (in de dood) (over)gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft (Johannes 3:16).

 

Het woord wereld betekent ook hier alle mensen. Dit blijkt uit de context:

 

– Het blijkt uit Johannes 1:29, waar wereld iedereen betekent, zoals we hiervoor hebben gezien.

– Het blijkt uit wat er op onze tekst volgt en ook uit van wat er, in vers 15, aan voorafgaat, namelijk: opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Dus een ieder die gelooft dat God Zijn Zoon in de dood heeft overgegeven, krijgt eeuwig leven. Dan moet God de Zoon, Christus, ook voor een ieder in de dood zijn overgegeven.

 

Conclusie: Johannes zegt ook in Johannes 3:16 dat Christus voor iedereen is gestorven.

 

  1. Want het brood van God is Hij Die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld het leven geeft (Johannes 6:33).

 

Ook hier betekent het woord wereld alle mensen, omdat uit de context, uit hoofdstuk 1, is gebleken dat Johannes met het woord wereld alle mensen bedoelt, als hij het woord wereld op mensen betrekt.

 

Hier staat in feite hetzelfde als in Johannes 3:16. God heeft Zijn Zoon vanuit de hemel naar de aarde gestuurd en zo overgegeven in de dood voor alle mensen; en degene die dat gelooft heeft eeuwig leven:

 

Want het brood van God is Hij Die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld het leven geeft. Zij zeiden dan tegen Hem: Heere, geef ons altijd dat brood. En Jezus zei tegen hen: (Mijn Vader heeft u dat Brood al gegeven, want) Ik ben het Brood des levens; (maar u moet Mij wel eten, want) wie tot Mij komt (en Mijn vlees eet), zal beslist geen honger hebben, en wie in Mij gelooft (en Mijn bloed drinkt), zal nooit meer dorst hebben; (dus als u Mij eet en drinkt, in Mij gelooft, zult u eeuwig leven hebben) (Johannes 6:26-35).

 

Conclusie: Ook in Johannes 6:33 betekent het woord wereld alle mensen. In feite betekent het woord wereld in het evangelie van Johannes altijd alle mensen als het betrekking heeft op mensen, omdat Johannes dit woord in hoofdstuk 1 als het ware heeft gedefinieerd, tenzij uit de onmiddellijke context iets anders blijkt.

 

  1. Ik wil nu een uitstapje maken. Jezus gaat verder in Johannes 6 en zegt:

 

Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekt; en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag (Johannes 6:44).

 

Wat betekent deze tekst? In de verzen 64 en 65 zegt Hij:

 

Maar er zijn sommigen onder u die niet geloven. Want Jezus wist van het begin af wie het waren die niet geloofden, en wie het was die Hem zou verraden. En Hij zei: Daarom heb Ik u gezegd dat niemand tot Mij komen kan, tenzij het hem door Mijn Vader gegeven is (Johannes 6:64 en 65).

 

Jezus zegt dus: Als mijn Vader u niet trekt, kunt u niet geloven.

 

Wat bedoelt Hij precies?

 

Is het geloof niet gewoon uit het gehoor?

 

Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God (Romeinen 10:17).

 

Werkt het horen van het woord, het evangelie, niet automatisch geloof?

 

Nee, het horen van het woord werkt niet automatisch geloof. Het woord geeft wel licht, maar als de Vader niet trekt, dat wil zeggen, als God het hart verblindt voor het Woord, kan een mens niet geloven. Dit blijkt duidelijk uit Johannes 12:

 

Daarom konden zij (de Joden) niet geloven, omdat Jesaja verder gezegd heeft: Hij (God) heeft hun ogen verblind en hun hart verhard, opdat zij niet met de ogen zouden zien en met het hart inzien en zich bekeren en Ik hen zou genezen (Johannes 12:39 en 40).

 

Maar God verblindt iemands hart niet zomaar. Hij verblindt alleen de harten van mensen die niet willen geloven.

 

Ik zal dat bewijzen vanuit a. Romeinen 10, omdat ik Romeinen 10:17 zojuist heb geciteerd, vanuit b. de profeet Jesaja, vanwege het citaat uit Johannes 12, en vanuit c. de geschiedenis van Johannes 6 waar het over Jezus gaat, het Brood van God, dat aan de wereld het leven geeft.

 

  1. Romeinen 10:17 zegt inderdaad dat het geloof uit het gehoor is en het gehoor door het woord van God. Maar uit de context blijkt, dat degenen die het woord wel horen maar het niet willen horen, niet willen luisteren en ongehoorzaam zijn, niet geloven:

 

Maar zij zijn niet allen het Evangelie gehoorzaam geweest. Jesaja zegt namelijk: Heere, wie heeft onze prediking geloofd? Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God. Maar ik zeg: Hebben zij het dan echt niet gehoord? Zeker wel: Hun geluid is over heel de aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden van de wereld. Maar ik zeg: Heeft Israël het dan niet begrepen? Ten eerste is het Mozes die zegt: Ik zal u jaloers maken door wat geen volk is; door een onverstandig volk zal Ik u tot toorn verwekken. En Jesaja durft het aan te zeggen: Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten, Ik heb Mij geopenbaard aan hen die naar Mij niet vroegen. Met het oog op Israël zegt Hij echter: Heel de dag heb Ik Mijn handen uitgebreid naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk (Romeinen 10:16-21).

 

Het volk Israel hoorde het evangeliewoord wel, maar het begreep het niet, omdat het niet wilde horen, niet wilde luisteren. Het was een ongehoorzaam en tegensprekend volk. Het deed zijn oren dicht voor Gods Woord.

 

  1. In Johannes 12:39 en 40 staat dus: Daarom konden zij niet geloven, omdat Jesaja verder gezegd heeft: Hij heeft hun ogen verblind en hun hart verhard, opdat zij niet met de ogen zouden zien en met het hart inzien en zich bekeren en Ik hen zou genezen.

 

Dit is een citaat uit Jesaja 6:

 

Daarna hoorde ik (Jesaja) de stem van de Heere. Hij zei: Wie zal Ik zenden? Wie zal er voor Ons gaan? Toen zei ik: Zie, hier ben ik, zend mij. Toen zei Hij (de Heere): Ga en zeg tegen dit volk: Luister voortdurend, maar u zult het niet begrijpen. Zie voortdurend, maar u zult het niet opmerken. Maak het hart van dit volk vet, en stop hun oren toe, en sluit hun ogen; anders zullen zij met hun ogen zien, en met hun oren horen, en met hun hart begrijpen en zich bekeren, en zal Hij hen genezen (Jesaja 6:8-10).

 

De Heere zond Jesaja dus om Zijn woord te verkondigen, maar had van tevoren al besloten dat Hij hun harten zou verharden, hun oren dicht zou doen en hun ogen zou sluiten, zodat ze Zijn woord niet zouden begrijpen.

 

Waarom?

 

Omdat ze al een lange poos niet naar Hem hadden willen luisteren. Dit kunt u opmaken uit de voorgaande hoofdstukken in het boek Jesaja:

 

Het visioen van Jesaja, de zoon van Amoz, dat hij gezien heeft over Juda en Jeruzalem, in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia, koningen van Juda. Luister, hemel, neem ter ore, aarde! Want de HEERE spreekt: Ik heb kinderen grootgebracht en doen opgroeien, maar zíj zijn tegen Mij in opstand gekomen. Een rund kent zijn bezitter en een ezel de kribbe van zijn eigenaar, maar Israël heeft geen kennis, Mijn volk heeft geen inzicht. Wee het zondige volk, volk van zware ongerechtigheid, nageslacht van kwaaddoeners, kinderen die verderf aanrichten! Zij hebben de HEERE verlaten, de Heilige van Israël verworpen, zij zijn vervreemd, van achter Hem vandaan. Waarom wilt u nog meer geslagen worden? U gaat gewoon door met uw afvalligheid. Heel het hoofd is ziek, en heel het hart is afgemat. (..) Waartoe dienen voor Mij uw vele offers? zegt de HEERE. Ik heb genoeg van de brandoffers van rammen en het vet van gemest vee; en in het bloed van jonge stieren, lammeren of bokken vind Ik geen vreugde. (..) Was u, reinig u! Doe uw slechte daden van voor Mijn ogen weg! Houd op met kwaad doen, (..) Als u gewillig bent en luistert, zult u het goede van het land eten, maar als u weigert (niet luistert) en ongehoorzaam bent, zult u door het zwaard gegeten worden; want de mond van de HEERE heeft gesproken (Jesaja 1:1-5, 11, 16, 19 en 20).

 

Omdat het volk desondanks niet wilde luisteren, zond God, als een extra oordeel, Zijn boodschapper Jesaja, maar verblindde Hij de harten van het volk voor zijn boodschap.

 

  1. In Johannes 6 zegt de Heere Jezus, dat Hij het Brood van God is, dat uit de hemel is neergedaald en dat aan de wereld het leven geeft. Hij zegt ook dat degenen die dat geloven, dit leven daadwerkelijk ontvangen (zie hiervoor punt 3). En hij zegt, dat niemand kan geloven als God, Zijn Vader, niet trekt. Hij zegt dit, omdat de Joden, tot wie Hij spreekt, Hem niet wilden geloven. Ze wilden niet geloven dat Hij door de Vader was gezonden. Ze wilden niet geloven dat Hij, als de Zoon, God Zelf was. Ze wilden God geen God laten zijn. Dit blijkt uit de hele geschiedenis.

 

In Johannes 5 heeft Jezus eerst op de sabbat de verlamde man te Bethesda genezen:

 

Jezus zei tegen hem: Sta op, neem uw ligmat op en ga lopen (Johannes 5:8).

 

De Joden namen Hem kwalijk dat Hij dat op de sabbat deed en dat Hij Zichzelf God noemde.

 

Daarom dan probeerden de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen het gebod van de sabbat brak, maar ook zei dat God Zijn eigen Vader was, en daarmee Zichzelf aan God gelijkmaakte (Johannes 5:18).

 

Vervolgens verdedigt de Heere Jezus Zich en begint Hij te bewijzen dat Hij wel degelijk God is. Hij geeft daarvoor o.m. twee argumenten: Zijn werken, dus Zijn wonderen en tekenen getuigen ervan dat Hij God is en het Oude Testament, de Schriften, getuigen ervan:

 

Maar Ik heb een getuigenis dat groter is dan dat van Johannes, want de werken die de Vader Mij gegeven heeft om die te volbrengen, juist die werken die Ik doe (de wonderen en tekenen), getuigen van Mij dat de Vader Mij gezonden heeft. En de Vader, Die Mij gezonden heeft, Die heeft Zelf van Mij getuigd. U hebt Zijn stem nooit gehoord, en ook Zijn gedaante niet gezien. En Zijn woord hebt u niet blijvend in u, omdat u Hem niet gelooft Die Hij gezonden heeft. U onderzoekt de Schriften, want u denkt daardoor eeuwig leven te hebben, en die zijn het die van Mij getuigen (Johannes 5:36-39).

 

Dus de Joden hadden licht genoeg. Ze konden weten Wie Jezus was. Ze hadden Zijn wonderen en tekenen en de Schriften van het Oude Testament. Ze konden weten dat Hij door de Vader was gezonden en God was. Maar ze wilden dit gewoon niet geloven, want Jezus zegt vervolgens:

 

En toch wilt u niet tot Mij komen opdat u leven hebt (Johannes 5:40).

 

Dit blijkt ook uit het vervolg van deze geschiedenis in hoofdstuk 6. De Joden hebben de tekenen en wonderen van Jezus gezien, de genezing van de verlamde van Bethesda en het wonder van de vermenigvuldiging van de broden, maar ze vragen alsnog om een teken. Ze wilden het getuigenis van de tekenen die al waren geschied niet geloven.

 

Jezus antwoordde hun en zei: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: U zoekt Mij, niet omdat u tekenen gezien hebt (en daaruit hebt afgeleid dat Ik door God ben gezonden dus God Zelf ben), maar omdat u van de broden gegeten hebt en verzadigd bent. Werk niet om het voedsel dat vergaat, maar om het voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven, dat de Zoon des mensen u geven zal; want Hem heeft God de Vader verzegeld. Zij (de Joden) zeiden dan tegen Hem: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken van God mogen verrichten? Jezus antwoordde en zei tegen hen: Dit is het werk van God: dat u gelooft in Hem Die Hij gezonden heeft (namelijk in Mij). Zij zeiden dan tegen Hem: Welk teken doet U dan, opdat wij het zien en (in) U geloven? Wat voor werk verricht U (Johannes 6:26-30)?

 

Ze hadden dus niet genoeg aan de tekenen die ze al hadden gezien en daarom zegt de Heere Jezus in antwoord hierop opnieuw dat ze niet willen geloven dat Hij God is en door Zijn Vader is gezonden:

 

Maar Ik heb u gezegd (Johannes 5:36) dat u Mij wel gezien hebt (dat u Mijn tekenen wel gezien hebt), en toch gelooft u niet (Johannes 6:36).

 

Pas daarna zegt de Heere Jezus:

 

Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekt; en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag (Johannes 6:44).

 

Jezus zegt dus eerst: U wilt niet tot Mij komen. Pas daarna zegt Hij: U kunt niet tot Mij komen. U kunt niet tot Mij komen, omdat de Vader u niet trekt. Hij heeft uw oren toegesloten, zodat u niet hoort en u bent ziende blind, omdat u niet hebt willen komen. U hebt niet willen geloven. En nu kunt u het niet meer.

 

Eindconclusie: Christus is voor alle mensen gestorven. Degene die dit gelooft, krijgt eeuwig leven. Maar de oren van degene die ongehoorzaam is en niet wil geloven, de oren van degene die de waarheid wegdrukt/onderdrukt (zie Romeinen 1:18), worden toegestopt en zijn ogen worden gesloten, zodat hij de boodschap van God niet meer begrijpt en niet meer kan geloven.

 

Daarom ….

 

Christus roept u en Hij zegt:

 

Kom (dan) naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven (Mattheüs 11:28).

 

Kom tot de wateren, o, alle dorstigen, en u die geen geld hebt, kom, koop en eet, ja, kom, koop zonder geld, zonder prijs, wijn en melk (Jesaja 55:1).

 

(..) Laat hij die wil, het water des levens nemen, voor niets (Openbaring 22:17).

 

Want wie Hem vindt, vindt het leven, maar wie Hem haten en niet willen komen, hebben de dood lief (Spreuken 8:35 en 36).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *