Gods liefde (12)

 

En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade. Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen.

 

Johannes 1:16 en 17

 

Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.

 

Mattheüs 5:17

 

God is liefde. Dat was Hij ook in het Oude Testament. Om dat te bewijzen behandel ik Romeinen 5 vanaf vers 12. Ik geef hieronder een korte samenvatting van wat ik tot nu toe heb uitgelegd:

 

Adam overtrad Gods gebod. Hij zondigde. En daarmee bracht hij de zonde in de wereld en door de zonde de dood; want door de zonde kreeg hij een lichaam van zonde en dood, een sterfelijk lichaam, dat neigde naar de zonde. Dit lichaam van zonde en dood gaf hij via voorplanting door aan zijn hele nageslacht, zodat alle mensen zondigen en sterven.

 

Je kunt het ook zo zeggen: Uit één zonde, Adams zonde, vloeide Gods veroordeling voort, Gods doodsvonnis, dat luidde: stof bent u en u zult tot stof terugkeren. Dit vonnis werd voltrokken op de dag dat Adam zondigde, want op die dag kreeg hij een sterfelijk lichaam dat neigde naar de zonde. Dit vonnis komt ook over alle andere mensen, niet omdat alle mensen zondigden toen Adam zondigde (want dat sluit Romeinen 5 uitdrukkelijk uit), maar omdat Adam zijn sterfelijke lichaam dat neigde naar de zonde via voortplanting doorgaf aan zijn hele nageslacht, aan alle mensen (behalve aan Jezus van Nazareth, Die verwekt werd door de Heilige Geest, Mattheus 1:20 (..) Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de Heilige Geest [NBV21]).

 

Ik ben de vorige keer geëindigd met vers 15. Dat vers begint als volgt:

 

Maar het is niet: zoals de overtreding, zo de begenadiging (Grieks – charisma = genadegift).

 

Rom. 5:15a (Naardense vertaling)

 

 

Zoals ik hiervoor heb gezegd, gaf Adam zijn lichaam van zonde en dood door aan alle mensen. Hij begiftigde alle mensen met zijn lichaam van zonde en dood en dat deed hij via voortplanting. Hij gaf alle mensen dus in zekere zin een gift.

 

Maar er is ook een genadegift. En die gift is anders dan Adams gift, zegt vers 15a, want (vers 15b) ….

 

(..) hoewel door de overtreding van die ene (Adam) die velen (alle mensen) zijn gestorven (dus: begiftigd zijn met een lichaam van zonde en dood), zoveel te meer is de genade van God en de gave in de genade van die ene mens Jezus Christus (zoveel temeer is de genadegift van God, namelijk Christus Jezus) voor de velen (voor alle mensen) overvloedig geworden.

 

Romeinen 5:15b (Naardense vertaling)

 

Gods genadegift is anders dan Adams gift, want Gods genadegift is niet alleen overvloediger dan Adams gift, ze is veel meer dan overvloediger dan Adams gift. Het klinkt nogal krom, maar dat is wat er staat.

 

Dus: de genadegift Die God geeft aan alle mensen, Jezus Christus, is een veel grotere gift dan de gift die Adam gaf aan alle mensen, (een lichaam van zonde en) dood.

 

Waarom?

 

De hiernavolgende verzen, de verzen 16 en 17, geven daarvan de reden.

 

Gods genadegift, Jezus Christus, is een veel grotere dan Adams gift, (een lichaam van zonde en) dood, omdat (vers 16) .

 

 

1. (..) het oordeel vanwege (Grieks – ek = [van]uit) één (overtreding) tot veroordeling leidt, maar …. de begenadiging (de genadegift) vanwege (Grieks – ek = [van]uit) vele overtredingen (Grieks – paraptoma = misdaad) tot rechtvaardiging.

 

 

Romeinen 5:16b (Naardense vertaling)

 

Het woordje vanwege is een vertaling van het Griekse woordje ek. Ek betekent uit. Het geeft weer, dat iets voortvloeit uit iets anders. Dat andere is er dan de bron of de oorzaak van. Een rivier vloeit voort uit (ek) een bron. De bron is de oorzaak van de rivier.

 

Paulus zegt hier dus:

 

Uit één overtreding (Adams overtreding) vloeide het oordeel (Gods oordeel dat Adam had gegeten van de verboden boom en dat hij dus de dood verdiende) voort, (en) dat (oordeel) leidde tot veroordeling (tot Gods veroordeling, tot het doodsvonnis dat God over hem uitsprak), maar uit vele overtredingen vloeide Gods genadegift (Jezus Christus) voort, die leidde tot vrijspraak.

 

Dus: Uit één overtreding vloeide een doodsvonnis voort, dat via Adam over alle mensen kwam. Maar uit vele overtredingen vloeit vrijspraak in Jezus Christus voort, die leidt tot het leven voor alle mensen.

 

De genadegift ‘Jezus Christus’ is een veel grotere gift dan de gift ‘(een lichaam van zonde en) dood’, omdat de bron waaruit deze gift voortvloeit veel groter is dan de bron waaruit de gift ‘(een lichaam van zonde en) dood’ voortvloeit. Dat is logisch. Uit een grote bron komt een grote rivier voort, maar uit een kleine bron komt maar een klein stroompje voort.

 

2. Deze veel grotere rivier, deze veel grotere gift, Jezus Christus, heeft dus ook veel grotere gevolgen (vers 17):

 

Want als door de overtreding van die ene de (gift) dood als koning heeft geheerst door die ene, zoveel te meer zullen zij die de overvloed van de genade en de gave der gerechtigheid ontvangen (zoveel te meer zullen zij die de veel grotere genadegift Jezus Christus door het geloof ontvangen), in leven als koningen heersen door die ene, Jezus Christus.

 

Romeinen 5:17 (Naardense vertaling)

 

Paulus zegt: via Adams gift heeft de dood geregeerd. Zij heeft ons het leven ontnomen. Maar via Gods veel grotere genadegift, Jezus Christus, regeert het leven in degenen die die genadegift ontvangen op een veel grotere manier. Zij geeft veel meer leven, dan het leven dat Adam had, voordat hij alle mensen dat leven ontnam en ons de ‘dood’ gaf.

 

Ik VAT punt 1 en 2 nu SAMEN:

 

Eén overtreding was de bron waaruit de gift (het lichaam van zonde en) dood, die gegeven wordt aan alle mensen, voortvloeide. Vele overtredingen zijn de bron waaruit de genadegift Jezus Christus, Die gegeven wordt aan alle mensen, voortvloeit. Deze bron is dus veel groter dan de eerste bron. Daarom is de gift ook veel groter, zodat het leven voor degenen die deze gift door het geloof ontvangen veel meer regeert, dan de dood heeft geregeerd via Adam; de gift Jezus Christus is veel groter, zodat het leven van degenen die deze Gift door het geloof ontvangen veel groter, rijker, heerlijker en overvloediger is dan het leven dat Adam had, voordat de dood hem (en alle mensen) dat ontnam.

 

SELA ….

 

God vergoedt meer dan Adam ons heeft ontnomen.

 

God vergoedt niet met 100 procent, maar met 120, 150 of 200 procent. Dit is één van Zijn principes, Zijn wetmatigheden.

 

Ik wil dit nu nog aantonen vanuit de Bijbel en daarna afsluiten:

 

– Een stukje verder in Romeinen 5:20, staat: De wet echter kwam er nog bij opdat de overtreding zou toenemen, maar waar de zonde is toegenomen, daar is de genade meer dan overvloedig geweest. Waar de zonde toeneemt, neemt de genade ook toe, maar ze neemt veel meer toe dan de zonde. Als er één zonde bijkomt, geeft God voor twee zonden genade.

 

– 1 Korinthe 15:44-49 Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam wordt opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam en er is een geestelijk lichaam. Zo staat er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levend wezen, de laatste Adam tot een levendmakende Geest. Het geestelijke is echter niet eerst, maar het natuurlijke en daarna komt het geestelijke. De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk; de tweede Mens is de Heere uit de hemel. Zoals de stoffelijke is, zo zijn ook de stoffelijke mensen, en zoals de Hemelse is, zo zijn ook de hemelse mensen. En zoals wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij ook het beeld van de Hemelse dragen.

 

Via Adam kregen we een natuurlijk, stoffelijk lichaam en werden we tot een levend wezen. Via de genadegift Jezus Christus krijgen degenen die deze gift aanvaarden uiteindelijk een beter lichaam en een beter leven. Zij krijgen een geestelijk, hemels lichaam.

 

– Jesaja 40:1 en 2 Troost, troost Mijn volk, zal uw God zeggen, spreek naar het hart van Jeruzalem en roep haar toe dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij uit de hand van de HEERE het dubbele ontvangen heeft voor (in plaats van) al haar zonden.

 

– Leviticus 6:1-5 De HEERE sprak tot Mozes: Wanneer een persoon zondigt en trouwbreuk pleegt tegen de HEERE, doordat hij tegenover zijn naaste ontkent dat hem iets in bewaring gegeven of ter hand gesteld is, of dat hij iets geroofd heeft, of zijn naaste iets met geweld afgeperst heeft, of een verloren voorwerp gevonden heeft, en hij ontkent dat en legt een valse eed af over één ding van alles wat een mens kan doen om zich daarmee te bezondigen, dan moet het zó zijn – omdat hij gezondigd heeft en schuldig bevonden is – dat hij het geroofde, dat hij wegroofde, terugbrengt, of het afgeperste, dat hij met geweld afhandig maakte, of het in bewaring gegevene, dat hem in bewaring gegeven was, of het verloren voorwerp, dat hij gevonden had, of alles waarover hij een valse eed afgelegd heeft. Daarvan moet hij de volle waarde vergoeden en er nog een vijfde deel aan toevoegen. Hij moet het geven aan degene die het toebehoorde, op de dag dat hij zijn schuldoffer brengt.

 

– Exodus 22:1 Wanneer iemand een rund of een stuk kleinvee steelt en het slacht of verkoopt, moet hij vijf runderen als vergoeding geven voor het rund, en vier stuks kleinvee voor het stuk kleinvee.

 

– Exodus 22:4 Als inderdaad het gestolene levend in zijn bezit aangetroffen wordt, moet hij het van rund tot ezel, tot kleinvee toe dubbel vergoeden.

 

Enzovoort, enzovoort.

 

Naar aanleiding daarvan wil ik het volgende vragen (hoewel de vraag misschien voor niemand die dit leest relevant is, maar voor het geval dat dit wel zo is, stel ik hem toch ….):

 

Waarom geeft u geld uit voor wat geen echt brood is. Waarom werkt en werkt en werkt u voor brood dat niet verzadigen kan, brood dat u het eeuwige leven niet geven kan en waarmee u het gat in uw ziel niet vullen kan?

 

De Heere Jezus zei tegen de Joden:

 

Werk niet om het voedsel dat vergaat, maar om het voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven, dat de Zoon des mensen u geven zal; want Hem heeft God de Vader verzegeld.

 

Johannes 6:27

 

Misschien vraagt u zich af: Wat moet ik dan doen? Wat voor werk moet ik dan verrichten?

Dat vroegen de Joden ook:

 

Zij (de Joden) zeiden dan tegen Hem (de Heere Jezus): Wat moeten wij doen, opdat wij de werken van God mogen verrichten?

 

Johannes 6:28

 

Jezus antwoordde en zei tegen hen:

 

(..) Dit is het werk van God: dat u gelooft in Hem Die Hij gezonden heeft.

 

Johannes 6:29

 

De stokbewaarder vroeg op een wat andere manier hetzelfde aan Paulus en Silas:

 

(..) Heren, wat moet ik doen om zalig te worden?

 

Handelingen 16:30

 

En zij gaven hetzelfde antwoord als de Heere Jezus:

 

(..) Geloof in de Heere Jezus Christus en u zult zalig worden, u en uw huisgenoten.

 

Handelingen 16:31

 

Daarom ….

 

Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij.

 

Openbaring 3:20

 

Dan zult u Mijn aangezicht in gerechtigheid aanschouwen en verzadigd worden met Mijn Goddelijke beeld ….

 

….

 

www.duchatel.nl

 

….

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *